Structuur
De plaats blijft, het volk wisselt
De historie hoort bij het volk: verhuist het, dan gaat zijn verloop mee. De standplaats blijft daarentegen bij de bijenstand — plaats drie is plaats drie, of daar nu een productievolk zit, een veger of even niets. Zo blijft de stand zelf geordend, en apparaten als een weegschaal hangen aan de plaats in plaats van aan het volk. Trekt er een nieuw volk in, dan lopen de meetwaarden meteen in zijn gegevens.


Vier niveaus die met de werkelijkheid kloppen
Bijenstand, standplaats, volk, koningin. De stand heeft genummerde plaatsen — bezet of vrij — en je legt er meer aan als hij groeit. Het klinkt naar bureaucratie en is precies het onderscheid dat je buiten toch al maakt: de plaats hoort bij de stand, het volk zit erop.
Locaties met wat daar geldt
Elke bijenstand draagt zijn coördinaten en daarmee zijn eigen weer, zijn eigen graslandtemperatuursom en eigen varroadrempels. Een stand in het bos en een in het laagland worden niet over één kam geschoren.

Reizen zonder het spoor kwijt te raken
Een volk verplaatsen kost twee invoeren: stand kiezen, plaats kiezen. De lijst laat direct zien waar nog iets vrij is en waar je een plaats kunt aanleggen. Daarna staat in de historie wanneer het waarheen verhuisde — en de analyse weet welke opbrengst van welke locatie kwam.

Alle standen op één scherm
Per stand zie je hoeveel volken er zitten, hoe hun gezondheid staat, wat er openstaat en hoe temperatuur, wind en de graslandtemperatuursom er nu voor staan. Wie meerdere standen heeft, beslist hier waar hij eerst naartoe rijdt.