Naar de inhoud springen

De nectarperiode effectief benutten

De overwinning van de nectar gap effectief benutten

Trachtpauze

De Trachtpauze verstandig benutten

Hoe je de tijd tussen voorjaarstracht en zomertracht slim inzet in het bijenjaar

De trachtpauze tussen voorjaars- en zomertracht wordt vaak gezien als een rustige tussenperiode. In werkelijkheid is het een van de belangrijkste momenten in het bijenjaar. De voorjaarsdracht is grotendeels voorbij, de zomerdracht is nog niet echt begonnen, en de volken zijn vaak in een zeer hoge ontwikkelingsfase.

Hierin ligt de uitdaging: De volken hebben veel bijen, veel broed en een hoge consumptie. Tegelijkertijd komt er vaak minder nectar van buitenaf binnen. Het volk staat dus onder spanning. Het heeft voeding, ruimte, bezigheid en duidelijke leiding van de imker nodig.

Wie deze fase zomaar voorbij laat gaan, riskeert zwermstemming, voedseltekort, roverij of een slechte voorbereiding op de zomerdracht. Wie het bewust benut, kan zijn volken stabiliseren, afleggers maken, koninginnen evalueren en al belangrijke fundamenten leggen voor gezonde winterbijen.

De Trachtpauze is geen pauze

Een trachtpauze betekent niet dat er in het bijenvolk niets gebeurt. Integendeel: in het volk gaat de ontwikkeling door. De koningin legt eieren, broed wordt verzorgd, jonge bijen komen uit, vliegbijen zoeken naar dracht en het voedselverbruik blijft hoog.

Van buitenaf lijkt het soms rustiger, omdat er minder nectar binnenkomt. Binnen in het volk is het echter een zeer actieve fase. Juist daarom moet de imker alert blijven.

De trachtpauze is dus geen wachttijd, maar een beslissingsmoment.

Voedselstand controleren

Het belangrijkste punt in de trachtpauze is de voedselstand. Sterke volken kunnen in een paar dagen verrassend veel voedsel verbruiken. Vooral wanneer er veel broed is en het weer geen goede aanvoer toelaat.

Een volk kan er sterk uitzien en toch krap zitten. Daarom moet je niet alleen naar de bijenmassa kijken, maar ook of er nog voldoende voedsel in de broedruimte aanwezig is. Voedselkransen boven het broed en voederraten aan de rand geven zekerheid.

Belangrijk is: Zolang honingkamers (ook lege) voor de honingwinning op het volk staan, mag er niet zomaar gevoerd worden. Anders bestaat het risico dat voer in de honingkamer terechtkomt. Als een volk echt krap zit, moet je duidelijk beslissen: Ofwel honingkamers wegnemen en het volk beveiligen of met geschikte eigen voederramen werken.

De verzorging van het volk gaat altijd voor. Geen honingopbrengst is het waard om een volk te laten verhongeren.

Voorjaarstracht netjes afsluiten

De trachtpauze is een goed moment om de voorjaarsdracht realistisch af te sluiten. Als de honing rijp is, moet hij niet onnodig lang op de volken blijven.

Dit heeft meerdere voordelen. De voorjaarshoning blijft duidelijker gescheiden van latere trachten, de imker krijgt een beter overzicht van de toestand van het volk, en het volk kan daarna gerichter op de volgende fase worden voorbereid.

Na de oogst zie je vaak duidelijker hoe sterk het volk echt is, hoeveel voedsel er in de broedruimte aanwezig is en of de broedruimte zinvol geordend is.

Zwermstemming juist inschatten

De trachtpauze valt vaak in een tijd waarin veel volken nog erg sterk zijn. Er zijn veel jonge bijen, veel broed en soms minder werk door gebrek aan nectar. Dat kan zwermstemming bevorderen of al bestaande zwermstemming verlengen.

Nu is het niet genoeg om alleen zwermcellen te breken. Dat kan op korte termijn helpen, maar lost niet altijd het eigenlijke probleem op. Doorslaggevend is de vraag: Waarom is het volk in zwermstemming?

Wie de oorzaak beter begrijpt, kan gerichter reageren. Soms is meer ruimte voldoende. Soms helpt een broedramenaflegger. Soms is een koninginnenaflegger zinvol. En soms is het beter om een volk consequent te herstructureren voordat het afzwermt.

Afleggercreatie verstandig benutten

De trachtpauze is een zeer goed moment voor de creatie van afleggers. Na de voorjaarsdracht zijn er vaak genoeg bijen en broed aanwezig zonder dat de voorjaarsproductie verloren gaat. Tegelijkertijd kan door afleggercreatie de zwermdruk worden verlaagd.

Belangrijk is echter om niet lukraak afleggers te maken. Je moet bij voorkeur werken van volken die in het geheel overtuigen. Dus niet alleen van de grootste volken, maar van de beste volken.

Een aflegger is niet alleen een voortplantingseenheid. Het is ook een beslissing voor het volgende seizoen. Daarom moet je goed nadenken van welk volk je materiaal neemt.

Koninginnen beoordelen

De tijd na de voorjaarsdracht laat vaak heel duidelijk zien welke koninginnen en volken echt overtuigen. Voor de voorjaarsdracht kan een volk sterk lijken. Na de voorjaarsdracht zie je wat ervan geworden is.

  • Heeft het volk de sterkte zinvol in verzamelingsprestaties omgezet?
  • Is het rustig gebleven?
  • Had het overmatig veel zwermstemming?
  • Was het broednest gesloten en vitaal?
  • Liet het volk zich goed leiden?
  • Was de ontwikkeling passend bij de dracht?

Juist nu zie je het verschil tussen een volk dat alleen veel broed maakt en een volk dat echt goed presteert.

Voor de teelt moet je niet automatisch het grootste volk nemen. Doorslaggevend is het totaalbeeld. Een goed teeltvolk is niet alleen sterk, maar ook betrouwbaar, gezond, rustig, prestatiegericht en goed te leiden.

Broedruimte ordenen

De trachtpauze is geschikt om de broedruimte nader te bekijken. Oude, donkere of slecht gebouwde ramen kunnen gemarkeerd, aan de rand gehangen of in het kader van andere werkzaamheden verwijderd worden.

Daarbij moet men echter voorzichtig blijven. De broedruimte mag niet onnodig uit elkaar worden getrokken. Juist in een trachtpauze heeft het volk stabiliteit nodig. Te veel onrust kan meer kwaad dan goed doen.

Zinnig is een compacte, goed bezette broedruimte met duidelijke ordening. Lege ruimte die niet nodig is kan de klimaatbeheersing bemoeilijken. Anderzijds mag het volk niet te beperkt worden, als het nog sterk groeit of een zomerdracht aanstaande is.

Het gaat dus niet om star inperken of blind uitbreiden, maar om een passende ruimtetoedeling naar volksgesteldheid, weer en drachtverwachting.

Waswafels en bouwdrift goed inschatten

In de trachtpauze bouwen bijen niet automatisch goed. Bouwdrift ontstaat vooral wanneer er genoeg jonge bijen zijn en een voedselstroom aanwezig is. Ontbreekt er dracht of voert de imker niet, dan worden waswafels vaak alleen aarzelend of helemaal niet uitgebouwd.

Daarom moet men waswafels niet zomaar geven omdat men ramen wil vernieuwen. Men moet controleren of het volk überhaupt in staat en bereid is om te bouwen.

Bij afleggers kan dat anders zijn. Als ze goed verzorgd worden en groeien, kan men gepland waswafels geven. Dan dient de uitbouw tegelijkertijd de ontwikkeling van het jonge volk en de ramenvernieuwing.

Varroa tijdig in de gaten houden

Ook al vindt de hoofdbehandeling tegen Varroa vaak pas later plaats, de belangrijke observatie begint al in de trachtpauze. Nu moet men niet blind de zomer in lopen.

Het is zinvol om de mijtenbelasting te controleren en de toestand van de volken te observeren. Opvallende volken moeten serieus genomen worden. Daarbij horen volken met zwakkere ontwikkeling, onrustig broedbeeld, ongewoon bijenverlies of opvallend hoge natuurlijke mijtenval.

Bijzonder interessant is de combinatie van afleggercreatie en Varroa-management. Wie broed wegneemt, verwijdert ook mijten uit het productievolk. Bij afleggers ontstaan afhankelijk van de methode broedloze of broedarme tijdvensters, die later gericht voor behandelingen gebruikt kunnen worden.

Belangrijk is: De Varroa mag niet pas in de gaten worden gehouden als de schade zichtbaar is. Dan is het vaak al laat. Belangrijk is tijdig te herkennen welke volken belast zijn en hoe men na de honingoogst zinvol handelt.

Zomerdracht voorbereiden

Als in de regio nog een goede zomerdracht te verwachten is, moeten de productievolken krachtig blijven. Dan moet je ze niet te veel verzwakken.

Een volk dat linde, braam, klaver, tamme kastanje, bosdracht of een andere zomerdracht moet kunnen benutten, heeft voldoende verzamelbijen, broedaanvulling en ruimte nodig. Wordt er te veel broed of bijenmassa weggenomen, kan het volk aan de zomerdracht aan prestatie verliezen.

Beide tegelijk gaat maar beperkt. Natuurlijk kan je een sterk volk wat broed wegnemen en alsnog de zomerdracht benutten. Maar hoe ingrijpender de ingreep, hoe groter het effect op de latere verzamelprestaties.

Roverij vermijden

In trachtpauzes neemt het risico op roverij toe. Als er buiten weinig te halen is, zoeken sterke volken actief naar voedselbronnen. Open raten, honingresten, uitgeslingerde honingkamers of zwakke afleggers kunnen dan snel problematisch worden.

Roverij ontstaat vaak niet plotseling, maar wordt door kleine nalatigheden veroorzaakt. Juist in de trachtpauze is netjes werken van bijzonder belang.

Bloemenweide langdurig verbeteren

Op de korte termijn kun je een trachtpauze alleen overbruggen. Op de lange termijn kun je deze echter verzachten als je invloed hebt op de omgeving.

Bloemrijke gebieden, heggen, wilde kruiden, vaste planten, kruidachtige planten, laatbloeiende struiken en een gevarieerd landschap helpen de voedselvoorziening over het jaar te verspreiden. Vooral waardevol zijn planten die niet allemaal tegelijk bloeien, maar achtereenvolgens voedsel bieden.

Het gaat daarbij niet alleen om honing. Een goede bloemenweide levert ook stuifmeel, en stuifmeel is cruciaal voor de broedverzorging, de ontwikkeling van jonge bijen en de kwaliteit van latere winterbijen.

De Trachtpauze als selectieperiode

Een bijzonder belangrijk punt wordt vaak onderschat: De trachtpauze laat zien welke volken stabiel zijn.

Sommige volken kunnen goed omgaan met wisselende omstandigheden. Ze blijven rustig, houden hun broed op orde, raken niet overmatig in zwermstemming en verbruiken hun reserves niet roekeloos.

Andere volken lijken alleen sterk bij goede dracht. Zodra de nectarstroom afneemt, worden ze onrustig, zwermachtig, moeilijk te leiden of raken snel in voedselnood.

Juist zulke observaties zijn zeer waardevol voor latere teeltbeslissingen. Een goed volk toont zijn kwaliteit niet alleen onder ideale omstandigheden, maar ook in overgangsfasen.

Praktische checklist voor de Trachtpauze

  • Fodderstand in de broedruimte controleren.
  • Rijpe voorjaarstracht tijdig oogsten.
  • Zwermstemming blijven controleren.
  • Oorzaken voor zwermdrift herkennen.
  • Afleggers gericht uit goede volken maken.
  • Koninginnen op totale prestatie beoordelen.
  • Broedruimte ordenen, maar niet onnodig verstoren.
  • Oude raten markeren of gericht verwijderen.
  • Bouwdrift realistisch inschatten.
  • Varroa-belasting observeren.
  • Roverij vermijden.
  • Zomerdracht tijdig voorbereiden.
  • Zwakke volken kritisch evalueren.
  • Jonge volken betrouwbaar verzorgen.
  • Observaties voor latere teeltbeslissingen vastleggen.

Conclusie

De trachtpauze is geen verloren tijd. Het is een belangrijke fase waarin de imker zijn volken opnieuw ordent en de komende weken voorbereidt.

Nu wordt beslist of een volk nog zinvol naar de zomerdracht wordt geleid, of het voor afleggers wordt gebruikt, of een koningin overtuigt of dat er tijdig moet worden gecorrigeerd.

Wie de trachtpauze slim benut, werkt niet tegen het bijenvolk, maar met zijn natuurlijke ontwikkeling. Men vermindert de druk op sterke volken, verzekert de voedselvoorziening, bereidt de volgende dracht voor en legt tegelijkertijd de basis voor gezonde, productieve volken in de rest van het jaar.


Met bee-pilot.io je volken eenvoudiger documenteren

en betere beslissingen bij de bijenstal nemen.

Nu gratis testen!

Meer artikelen