Spätsommer en Wintervoorbereiding
Waarom varroa-controle, voer, pollen en gezonde verzorgbijen nu cruciaal zijn
Na de laatste honingoogst richten veel imkers hun aandacht begrijpelijkerwijs voornamelijk op de behandeling tegen varroa en het bijvoeren. Beide zijn nu bijzonder belangrijk. Minstens even belangrijk is echter onder welke omstandigheden de komende broedgeneraties opgroeien.
De daadwerkelijke winterbijen ontstaan niet plotseling op een bepaalde dag. De overgang van kortlevende zomerbijen naar langlevende winterbijen is eerder een vloeiend proces dat zich over meerdere broedgeneraties uitstrekt.
Aanvankelijk worden er nog voornamelijk zomer- en overgangsbijen geproduceerd. Maar ook hun gezondheid is van groot belang: Ze verzorgen later het broed, waaruit de eigenlijke winterbijen ontstaan.
Als deze eerste generaties al verzwakt worden door varroa, virussen, voedselschaarste of een slechte pollentoevoer, kan dit het hele volk beïnvloeden tot ver in de winter.
Winterbijen zijn geen gewone werksters
Winterbijen verschillen duidelijk van de kortlevende zomerse werksters.
Terwijl zomerbijen vaak slechts een paar weken leven, kunnen winterbijen meerdere maanden oud worden. Ze vormen de wintertros, regelen de temperatuur in het volk en verzorgen in de late winter en het voorjaar het eerste nieuwe broed.
Daarmee nemen ze een cruciale taak op zich: Ze moeten het volk niet alleen door de winter brengen, maar ook de overgang naar het nieuwe bijenjaar mogelijk maken.
Hun bijzondere langlevendheid hangt onder andere samen met een goed ontwikkelde vetlichaam en hoge reserves aan vitellogenine. Dit opslagproteïne speelt een belangrijke rol voor de voeding, het immuunsysteem en de levensduur van de bijen.
De kwaliteit van de winterbijen begint al voor hun ontstaan
Gezonde en langlevende winterbijen ontstaan niet toevallig. Hun ontwikkeling hangt af van verschillende factoren die nauw met elkaar verbonden zijn:
- een zo laag mogelijke varroadruk,
- een lage virusbelasting,
- voldoende voer,
- een goede pollentoevoer,
- een krachtige koningin,
- voldoende gezonde verzorgbijen
- en zo min mogelijk extra stress.
Er moet niet alleen naar de latere winterbijen zelf worden gekeken. Ook de bijen die deze winterbijen als larven verzorgen, moeten gezond en krachtig zijn.
Daarom zijn de komende weken zo cruciaal.
Varroa schaadt meer dan alleen individuele bijen
De varroamijt is niet alleen een parasiet die individuele bijen verzwakt. Vooral problematisch is haar verbinding met verschillende virussen.
Als bijen tijdens hun ontwikkeling in het gesloten broedstadium door varroamijten worden aangetast, kunnen ze al beschadigd uitkomen. Vaak hebben zulke bijen minder lichaamsreserves, een zwakker ontwikkeld vetlichaam en een verkorte levensverwachting.
Juist deze eigenschappen zijn echter nodig voor langlevende winterbijen en gezonde verzorgbijen.
Een te laat begonnen of onvoldoende effectieve zomerbehandeling kan daarom gevolgen hebben die zich mogelijk pas weken of maanden later manifesteren.
Niet alleen behandelen, maar het succes controleren
Een uitgevoerde varroabehandeling betekent niet automatisch dat de mijtdruk blijvend laag blijft.
Doorslaggevend is om het behandelingseffect te controleren en de verdere ontwikkeling van de besmetting in de gaten te houden. Afhankelijk van de werkwijze kunnen hiervoor bijvoorbeeld de natuurlijke mijtenval, een uitwas of andere geschikte diagnosemethoden worden gebruikt.
Zelfs na een succesvolle behandeling kan de mijtbesmetting weer toenemen. Een mogelijke oorzaak is reinvasie.
Hierbij komen mijten uit zwaarder belaste volken opnieuw in al behandelde bijenvolken terecht. Dit kan onder andere gebeuren door bijenvervliegen of roverij. Vooral in de nazomer kan de besmetting daardoor binnen korte tijd aanzienlijk veranderen.
Een regelmatige controle is daarom zinvoller dan de aanname dat een eenmalige behandeling het probleem voor de rest van de zomer volledig heeft opgelost.
Voer moet op tijd beschikbaar zijn
Naast de varroadruk speelt ook de voervoorziening een belangrijke rol.
Een volk dat onder voedselschaarste lijdt, vermindert vaak het broed of stopt dit tijdelijk volledig. Hierdoor kunnen belangrijke broedgeneraties wegvallen of aanzienlijk zwakker zijn.
Juist afleggers, kleinere volken en bevruchtingseenheden moeten daarom bijzonder zorgvuldig worden gecontroleerd. Na het einde van een dracht kunnen hun voorraden verrassend snel afnemen.
Belangrijk is niet alleen dat er ooit voldoende wintervoer wordt opgeslagen. Ook tijdens de opfok van de komende bijengeneraties moet altijd voldoende voer bereikbaar zijn.
Pollen wordt vaak onderschat
Voor de opfok van gezond broed hebben bijenvolken niet alleen koolhydraten nodig, maar ook voldoende eiwit.
Pollen levert eiwitten, vetten, vitaminen en andere voedingsstoffen die nodig zijn voor de ontwikkeling van de larven en de productie van voedersap. Ontbreekt hoogwaardige pollen gedurende langere tijd, dan kan dit de prestaties van de verzorgbijen en daarmee ook de kwaliteit van het opgekweekte broed beïnvloeden.
Een regelmatige blik op de pollenaanvoer bij de vliegopening en de pollenvorraden in het volk kan daarom waardevolle aanwijzingen geven.
Daarbij moet worden opgemerkt dat zichtbare pollenaanvoer alleen nog geen volledige beoordeling toestaat. Doorslaggevend zijn ook de hoeveelheid, diversiteit en beschikbaarheid van de aanwezige pollenbronnen.
Een krachtige koningin blijft belangrijk
Ook de koningin heeft invloed op de ontwikkeling van het volk in de komende weken.
Een krachtige koningin zorgt voor een gesloten en voldoende groot broednest. Een afnemende koningin, frequente broedonderbrekingen of een stille wissel kunnen daarentegen ervoor zorgen dat belangrijke broedgeneraties zwakker zijn.
Niet elk onregelmatig broedbeeld is automatisch problematisch. Toch moet bij opvallende veranderingen worden gecontroleerd of de oorzaak bij de koningin, bij voedselschaarste, ziekten of andere belastingen ligt.
Onnodige stress kost extra kracht
Elke verstoring vraagt energie van het volk.
Noodzakelijke werkzaamheden moeten natuurlijk worden uitgevoerd. Frequente of onnodig lange inspecties moeten echter worden vermeden. Vooral bij nectararmoede neemt bovendien het risico van roverij toe.
Ook watertekort, voedselschaarste, sterke hitte, ongeschikte bijenkastenstandplaatsen of herhaalde verstoringen kunnen de volken extra belasten.
De werkzaamheden aan het volk moeten daarom zo rustig, voorbereid en doelgericht mogelijk worden uitgevoerd.
Wie N U juist handelt, heeft sterke en gezonde volken door de winter!
Onze aanbeveling van Bee Pilot
De komende weken moeten worden benut om zo goed mogelijke voorwaarden voor de latere winterbijen te scheppen.
Wie nu zorgvuldig werkt, investeert niet alleen in de overwintering. Hij legt tegelijkertijd de basis voor een gezonde en krachtige start van het volgende bijenjaar.
Sterke wintervolken ontstaan niet pas in de herfst. Ze worden voorbereid door gezonde verzorgbijen, een lage varroadruk en de juiste beslissingen in juli en augustus.
De Bee-Pilot-app kan helpen om controles, varrawaarden, voedselstand en volksontwikkeling overzichtelijk te documenteren en veranderingen vroegtijdig te herkennen.
Observaties, varrowaarden en voedselstand direct bij het bijenstand monitoren

