Naar de inhoud springen

Honingoogst verbeteren met eenvoudige middelen

Honingsopbrengst met eenvoudige middelen verbeteren

Optimaliseer de honingopbrengst

Meer honing halen met eenvoudige middelen

Hoe meer te halen uit het bestaande volk

De grote opbrengstfactoren van een bijenvolk worden natuurlijk veel eerder bepaald. Volkssterkte, kwaliteit van de koningin, gezondheidstoestand, drachtgebied en de totale bedrijfsvoering blijven de basis voor hoge honingopbrengsten. Precies daarover gaat het echter bewust niet in dit artikel.

Dit artikel richt zich op een andere, zeer praktische vraag:

Wat kan ik aan het bestaande volk nog verbeteren, zodat dit volk zijn potentieel beter in de honingkamer brengt?

Voor dergelijke optimalisaties worden in de imkerpraktijk vaak ochtendzon, bescherming tegen harde middagzon, water in de buurt, droge opstelling, windbescherming en een gunstige vliegrichting als zinvolle hefbomen genoemd.

De kernidee is simpel: Een volk verzamelt niet alleen nectar. Het moet tegelijkertijd broed warm houden, bij hitte koelen, water halen, vocht reguleren en op wind of sterke zonnestraling reageren. Alles wat daarbij onnodig kracht kost, ontbreekt uiteindelijk bij het verzamelen en rijpen van de honing.

Het gaat dus niet om een gewoon volk ineens een topvolk te maken. Het gaat erom om het bestaande volk onnodige remmen weg te nemen.

Kort samengevat

  • Ochtendzon is gunstig, harde middagzon moet worden verzacht.
  • Een vliegrichting naar de ochtendzon kan de start van de dag verbeteren.
  • Water in directe nabijheid ontlast het volk bij broedzorg en koeling.
  • Droge, verhoogde opstelling en windbescherming nemen vermijdbare belastingen weg.
  • Een goed geïsoleerd deksel en minder warmtebelasting op de honingkamers stabiliseren het klimaat in de bijenkast.

Eerst nadenken: Waar verliest het volk dagelijks aan prestaties?

Vele maatregelen lijken op zichzelf klein. Maar vaak zijn het juist deze kleine punten die zich in de praktijk opstapelen. Een volk staat misschien iets te warm, krijgt het deksel vol in de zon, moet water van ver halen, staat te laag boven vochtige grond of heeft constant wind op de vliegopening.

Geen enkele belasting is dan dramatisch. Maar samen kosten zulke dingen arbeidskracht. Daarom loont het zich de stand niet alleen te beoordelen op “gaat wel”, maar te vragen waar het volk dagelijks tegen vermijdbare omstandigheden moet werken.

Ochtendzon ja, harde middagzon zoveel mogelijk verzachten

Een goede plek voor het bestaande volk is meestal ’s ochtends licht en biedt verlichting in de hete tweede helft van de dag. Ochtendzon helpt het volk om de dag eerder te beginnen. Tegelijkertijd is het gunstig als de kast later niet urenlang vol in de felle zon staat.

Volledige schaduw is meestal geen goede oplossing. Het gaat er niet om zo weinig mogelijk zon te hebben, maar om een gunstig zonverloop. Vooral in de zomer is dit punt belangrijker dan het lijkt. Als de kast vanaf de middag sterk opwarmt, moet het volk meer energie steken in koelen, ventileren en water halen.

Wie meer uit het bestaande volk wil halen, moet zich daarom niet alleen afvragen of de locatie zonnig is, maar wanneer en hoe sterk de belasting gedurende de dag toeneemt.

Vliegopening zinvol naar de ochtendzon richten

Ook de oriëntatie van de vliegopening is een eenvoudige maatregel die vaak wordt onderschat. Gunstig is meestal een oriëntatie naar het oosten tot zuidoosten, of algemeen zo dat de ochtendzon de voorzijde van de kasten eerder bereikt. Het geeft geen wondereffect, maar kan helpen dat het volk de dag gunstiger begint.

Vooral bij koelere ochtenden of krappe drachtvensters kan dit kleine voordeel nuttig zijn.

Water dichtbij beschikbaar stellen

Water is een van de eenvoudigste en tegelijk meest zinvolle ondersteuning aan de stand. De bijen hebben het niet alleen voor hun eigen behoefte nodig, maar ook voor broedzorg en koeling. Als water niet in de buurt is, moet het volk daarvoor extra krachten inzetten.

Praktisch is een ondiepe drinkplaats met veilige landingsmogelijkheden meestal veel beter dan een diepe schaal. Stenen, kurk, houtstukken of grof materiaal helpen hierbij dat de bijen veilig bij het water kunnen komen. Het doel is niet zomaar ergens water, maar gemakkelijk bereikbaar en veilig water.

Bijenkasten droog en verhoogd opstellen

Een ander zeer praktisch punt is de vochtigheid van onderaf. Bijenkasten moeten niet direct op de grond staan, maar verhoogd op standaarden, stenen of vergelijkbare ondergronden. Een lichte helling naar voren is ook verstandig, zodat vocht beter kan aflopen.

Vooral op vochtige weilanden, in laagtes of op locaties met trage droging loont dit punt in het bijzonder. Wie het beste uit het bestaande volk wil halen, moet daarom eerst controleren of de kast überhaupt droog, verhoogd en schoon staat.

Windbescherming ja, maar geen donkere, vochtige hoek

Net zo belangrijk is de bescherming tegen directe wind. Een goede locatie is niet volledig open voor de wind, maar ook geen benauwde, donkere hoek. Het doel is een rustige plek, waar de vliegopening niet constant in de wind ligt en de kast toch licht en droog blijft.

Heggen, hekken, struiken of een slimme opstelling kunnen hierbij al veel bijdragen.

Zeer goede isolatie in het deksel

Als het gaat om meer uit het bestaande volk te halen, is een goede dekseldemping een van de meest zinvolle eenvoudige hefboomen. Het deksel is gedurende de dag een bijzonder gevoelige zone. Naar boven toe kan warmte verloren gaan, tegelijkertijd treft in de zomer sterke zonnestraling precies dit oppervlak.

Een goed geïsoleerd deksel helpt om sterkere temperatuurverschillen op te vangen en het klimaat in de kast rustiger te houden. Belangrijk is hierbij de juiste denkwijze: het gaat er niet om de kast maximaal warm te maken. Het gaat om thermische onrust te verminderen.

Vooral in combinatie met sterke zonnestraling is dit een punt dat men niet moet onderschatten.

Ook de honingkamers zijdelings tegen warmtebelasting ontlasten

Niet alleen de broedkamer, ook de honingkamers kunnen zich zijdelings sterk opwarmen. Vooral donkere bijenkasten of kasten op plaatsen met sterke straling nemen veel warmte op. Daarom loont het zich niet alleen aan het deksel te denken, maar ook aan de zijdelingse warmtebelasting.

Het doel is hierbij te voorkomen dat de kast onnodig sterk opwarmt. Praktisch kan dat betekenen: lichte oppervlakken, enige verlichting in de heetste halve dag, afstand tot sterk stralende muren of vloeren en bij problematische locaties ook een zijdelingse afscherming.

Bescherming tegen warmtebelasting met eenvoudige middelen

Veel mensen denken bij hitte alleen aan de luchttemperatuur. Maar voor de kast speelt het ook een grote rol hoe sterk de deksel en zijvlakken door de zon worden opgewarmd. Daarom is het niet genoeg om alleen op de thermometer te kijken. Men moet ook zien of de kast vanaf de middag regelrecht in de straling staat.

Als de locatie in de zomer te veel directe zon krijgt, moet men het volk daarom niet direct verplaatsen. Vaak is het eenvoudiger om vanaf de hete halve dag gerichte verlichting te zorgen. Het is verstandig om een schaduw te creëren die de straling neemt, maar de luchtbeweging niet blokkeert.

Het doel is geen donkere permanente schaduw, maar een lichte, luchtige bescherming in de hete uren.

Wat praktisch goed werkt om te beschutten

De eenvoudigste oplossingen zijn meestal boven de kasten en liggen niet direct op hen. Daartoe behoren bijvoorbeeld een hoog gespannen schaduwzeil, een licht schaduwnet, een lichte zeil met afstand boven de deksels of een eenvoudig afdak op palen. Bij dergelijke constructies is het belangrijk ook op stormveiligheid te letten!

Dergelijke oplossingen nemen de directe straling van de kast weg, zonder de kast zelf te beperken. Als permanente oplossing is een eenvoudig dak of een nette, luchtige schaduwconstructie meestal beter dan een geïmproviseerd zeil.

Ook natuurlijke beschutting kan zeer goed functioneren. Wanneer een locatie ’s ochtends zon krijgt en later door losse bomen, een gebouwrand of een vergelijkbare structuur wordt verlicht, is dat vaak de elegantste oplossing. Doorslaggevend blijft dat de plek toch droog en luchtig blijft.

Het gebied voor de vliegopening vrij en droog houden

Ook eenvoudige kleinigheden kunnen nuttig zijn. Hoge, vochtige vegetatie direct voor de vliegopening is ongunstig. Het houdt vocht vast, verstoort het vlieggedrag en verslechtert vaak de droogte van de directe omgeving.

Een vrije, droge zone voor de kast is daarom geen bijzaak, maar een praktische verbetering van het werkgebied van het volk.

Verandering van locatie: theoretisch vaak goed, praktisch echter lastig

Soms staat een volk gewoon niet optimaal. Dan is het een voor de hand liggende gedachte om het naar een betere plek te verplaatsen. In de praktijk is dat echter vaak moeilijker dan het klinkt. Wordt een volk binnen het bestaande vliegbereik eenvoudig naar een nieuwe plek gezet, oriënteren veel vliegbijen zich nog steeds op de oude locatie.

Precies daarom geldt in de imkerij als vuistregel: ofwel slechts zeer weinig verplaatsen of duidelijk verder weg. Als men de locatie echt fundamenteel wil veranderen, is vaak alleen een omweg schoon uitvoerbaar: Het volk wordt eerst buiten het bestaande vliegbereik naar een andere plek gebracht en blijft daar ongeveer drie tot vier weken. Pas daarna wordt het op de gewenste nieuwe plek geplaatst.

In de praktijk is dat uitvoerbaar, maar ook omslachtig. Daarom is een verandering van locatie weliswaar theoretisch vaak een goede oplossing, maar in de praktijk niet altijd de meest zinvolle.

Wanneer de bestaande stand door betere beschutting, goede dekseldemping, water in de buurt, droge opstelling en windbescherming aanzienlijk kan worden verbeterd, is dat voor veel imkers de eenvoudigere en realistischer weg.

Kleine verlichting stapelt zich op

Geen enkele van deze maatregelen garandeert op zichzelf een spectaculaire meeropbrengst. Dat zou onrealistisch zijn. Maar precies daar gaat het niet om. Een bestaand volk brengt vaak al niet zijn best mogelijke resultaat omdat meerdere kleine remmen tegelijkertijd werken: te veel zonnewarmte van boven, opgewarmde zijkanten, water te ver weg, wind op de vliegopening, vochtigheid van onderaf of een ongunstig zonverloop.

Elke afzonderlijke rem is misschien niet groot. Maar samen kunnen ze wel degelijk merkbare prestaties kosten.


Conclusie

De grote opbrengstfactoren blijven ongetwijfeld de grote opbrengstfactoren. Maar ook bij het bestaande “gemiddelde” volk valt iets te halen door het onnodige belastingen weg te nemen. Een gunstige zonverloop, de vliegopening naar de ochtendzon, water in de buurt, droge en verhoogde opstelling, windbescherming zonder donkere hoek, een goed geïsoleerd deksel, zijdelingse verlichting van de honingkamers en bescherming tegen harde warmtebestraling zijn precies zulke maatregelen.

Ze maken van een middelmatig volk geen wondervolk. Maar ze kunnen ertoe bijdragen dat het bestaande volk meer van zijn huidige capaciteit daadwerkelijk in de honingkamer brengt.


bee-pilot.io nu testen

Nu gratis testen

Meer artikelen