Schwarmcontrole
Zwermstemming en honingproductie
Waarom een zwermdriftig volk minder verzamelt
Een sterk bijenvolk is over het algemeen iets positiefs. Veel broed, veel vliegzame bijen en een goed gevulde honingkamer vormen de basis voor een goede drachtproductie. Maar in deze kracht schuilt ook een risico: wanneer het volk in zwermstemming komt, verandert de interne focus.
Het werkt dan niet meer volledig aan verzamelprestaties en voorraadopbouw, maar bereidt biologisch de splitsing van het volk voor.
Een zwermdriftig volk is daarom niet simpelweg “lui” of “slecht”. Het volgt zijn natuurlijke voortplantingsprogramma. Voor de bijen is de zwerm een normale gebeurtenis. Voor de imker ontstaat er echter een belangenconflict: tijdens de dracht moet het volk zo sterk mogelijk blijven en nectar binnenhalen. Maar als het zich op het zwermen voorbereidt, wordt precies deze verzamelkracht gedeeltelijk geblokkeerd of gaat in het ergste geval met de zwerm verloren.
Zwermstemming is meer dan een paar koninginnencellen
Zwermstemming wordt vaak alleen herkend wanneer koninginnencellen worden aangemaakt. Dat is weliswaar een belangrijk teken, maar de eigenlijke verandering begint eerder.
Binnen het volk verandert de stemming: de koningin wordt minder gevoerd, haar legprestatie kan afnemen, het broednest verandert, jonge bijen hangen werkloos in het volk, en een deel van de energie gaat naar de voorbereiding van de zwerm.
Het volk organiseert zich dan niet meer uitsluitend op het verzamelen, drogen en opslaan van nectar. In plaats daarvan wordt een deel van de bijenmassa voorbereid op de zwerm. De oude koningin moet vliegwaardig worden, koninginnencellen worden verzorgd, en de interne werkverdeling verandert.
Waarom er minder verzameld wordt
Een volk in volle drachtprestatie heeft duidelijke processen nodig: vliegbijen verzamelen nectar, huisbijen nemen het over, slaan het op, drogen het en maken ruimte. Hoe beter deze keten functioneert, des te meer honing kan er ontstaan.
Bij zwermstemming wordt deze keten verstoord. Het volk stopt niet altijd direct met verzamelen, maar de prestatie wordt vaak merkbaar onrustiger.
Het kan zijn dat er minder nectar binnenkomt, dat honingkamers langzamer worden aangenomen of dat ondanks goede dracht minder in de honingkamer terechtkomt dan verwacht.
De reden is eenvoudig: Het volk werkt niet meer volledig als een gesloten verzamelmachine. Een deel van zijn kracht gaat naar de voortplanting.
De bijen denken niet in honingkamers
Voor de imker is de honingkamer een doel: daar moet de nectar terechtkomen, daar moet hij drogen, daar ontstaat de opbrengst. Voor het bijenvolk is honing echter niet het hoofddoel in menselijke zin.
Het volk verzamelt voorraden om te overleven en vermeerdert zich wanneer de omstandigheden gunstig zijn.
Als een volk zeer sterk is, genoeg bijenmassa heeft en het seizoen past, kan uit bijenperspectief het juiste moment voor splitsing zijn gekomen. Dan is zwermen biologisch zinvol.
Vanuit de imker gezien is het echter juist tijdens de dracht ongunstig, omdat de verzamelkracht nodig is. Precies hier ontstaat het verschil tussen natuurlijk gedrag en imkerpraktijk.
Wat er met de verzamelprestatie gebeurt
Een zwermdriftig volk kan naar buiten toe nog sterk lijken. Er vliegen bijen, er wordt nectar binnengehaald, en de honingkamer kan toch gedeeltelijk gevuld worden.
Desondanks is de prestatie vaak niet meer zo hoog als het bij dezelfde volkssterkte zonder zwermstemming zou zijn.
Soms ontstaat de indruk: “Het volk is groot, maar het brengt niet zoveel honing als verwacht.” Precies dan loont het de moeite om naar de zwermstemming te kijken.
Het grootste verlies komt met de zwerm
Zolang het volk alleen in zwermstemming is, kan je nog ingrijpen. Maar als de zwerm vertrekt, wordt het verlies duidelijk.
Een groot deel van de bijenmassa verlaat het volk, waaronder veel ervaren vliegbijen of op zijn minst veel bijen die belangrijk zouden zijn voor de verdere ontwikkeling.
Het moederkolonie blijft achter, moet zich herorganiseren en krijgt vaak een broedpauze. Deze broedpauze kan vanuit Varroa-oogpunt later zelfs een kans zijn, maar tijdens de dracht betekent het meestal minder verzameldruk, minder volksdynamiek en minder honingproductie.
De gevangen zwerm kan wel weer worden gebruikt of zelfs worden teruggeplaatst, maar de oorspronkelijke drachtstroom is onderbroken. Daarom is preventie meestal beter dan reparatie.
Waarom ruimte alleen niet altijd genoeg is
Een veel voorkomende gedachte is: “Ik heb toch honingkamers geplaatst, dus het volk kan niet zwermen.” Zo eenvoudig is het echter niet. Ruimtetekort is een belangrijke oorzaak, maar niet de enige.
Een volk kan ondanks honingkamer in zwermstemming geraken als de ruimte in het broednest krap wordt, als er veel jonge bijen uitkomen, als de koningin ouder is, als de genetica sterk zwermdriftig is of als de honingkamer niet goed wordt aangenomen.
Ook een volledig gevuld broednest kan de situatie verergeren.
Daarom is het niet genoeg om alleen ruimte te geven. Cruciaal is of de ruimte ook daar werkt waar het volk hem nodig heeft.
Zwermneiging is ook een fokmerk
Als een volk steeds weer vroeg en sterk in zwermstemming raakt, moet men dit niet alleen zien als een tijdelijk bedrijfsprobleem. Het is ook een belangrijke observatie voor het fokbeleid.
Een volk dat bij elke gelegenheid wil zwermen, kan voor de honingproductie lastig zijn. Zelfs als het sterk is, kost deze constante zwermneiging tijd, aandacht en opbrengst.
Voor een eenvoudige en opbrengstgerichte bedrijfsvoering zijn volken waardevol die sterk worden, goed verzamelen en daarbij langer rustig blijven.
Dat betekent niet dat elk volk zonder koninginnencellen automatisch beter is. Maar zwermtrouw is een belangrijk criterium als men wil beslissen van welke koninginnen men narassen wil.
Wat de imker daarvan kan leren
Zwermcontrole is niet alleen een maatregel om het vertrek van een zwerm te voorkomen. Het is ook een instrument om de honingproductie veilig te stellen.
Wie vroeg herkent dat een volk in zwermstemming komt, kan tijdig beslissen: ruimte geven, broed wegnemen, een aflegger maken, een tussenraamaflegger maken, de koningin wegnemen of een andere passende methode kiezen.
Belangrijk is hierbij: de maatregel moet bij het doel passen. Als de dracht benut moet worden, moet de verzamelsterkte zo veel mogelijk behouden blijven. Niet elke methode is even goed als het gaat om honingproductie en zwermpreventie te combineren.
Conclusie
Een zwermdriftig volk verzamelt niet minder omdat het “slecht” is. Het verzamelt minder omdat het zijn biologische prioriteit verandert. Het volk bereidt zich voor op splitsing, en daardoor staat niet meer de maximale drachtnuttiging op de voorgrond.
Voor de bijen is dat natuurlijk. Voor de imker is het echter tijdens de hoofddracht een probleem, omdat verzamelsterkte, broeddynamiek en honingkamernutrition daaronder kunnen lijden.
Wie zwermstemming op tijd herkent, begrijpt en gericht daarop reageert, beschermt niet alleen zijn volken tegen ongecontroleerd zwermen, maar behoudt ook de honingproductie.
Daarin ligt precies de kern van goede imkerpraktijk: niet tegen de natuur van de bijen werken, maar hun signalen goed begrijpen en op tijd bijsturen.
bee-pilot.io nu testen

