Naar de inhoud springen

NU! Na de koudefase controleren: Zo kunnen zwermen tijdig worden voorkomen

nu-na-de-kou-fase-controleren-zo-kunnen-swarms-op-tijd-worden-voorkomen

Schwarmtijd

Na koudeperiode neemt de zwermdreiging toe

Waarom sterke volken nu bijzondere aandacht nodig hebben

Dit artikel wil geen paniek zaaien. Sterke volken zijn iets positiefs. Na een koudeperiode is het echter de moeite waard om op de volgende warme vliegdag gericht op zwerfgedrag te letten.

Na een koude periode is er vaak minder vliegactiviteit bij de bijenstand te zien. De binnenkomst neemt af, en er ontstaat snel de indruk van buitenaf dat de volken een ontwikkelingspauze hebben ingelast.

Maar van binnen kan het tegenovergestelde gebeuren: Sterke volken ontwikkelen zich verder, jonge bijen komen uit, de bijenmassa neemt toe en de ruimte in de broedkamer wordt krapper.

Juist daarom kan de tijd direct na een koele weersperiode kritiek worden. Als er daarna weer zonnig, warm weer komt, kan een sterk volk snel in zwermstemming raken.

Het is dan niet de kou alleen die de zwermdrift veroorzaakt, maar de combinatie van de aanwezige volkssterkte, krimpende broedruimte, veel jonge bijen en de plotselinge weersverandering.

Waarom de zwermdreiging na koele dagen kan toenemen

Tijdens koele of wisselvallige dagen blijven veel vliegbijen langer in de korf. Tegelijkertijd komen er nog steeds jonge bijen uit. Het volk wordt voller, ook al zie je van buiten minder activiteit.

Als er dan ook nog veel broed is en de broedkamer goed bezet is, ontstaat er snel een innerlijke druk.

Bovendien: Als de nectaropslag voor de koudeperiode goed was, kunnen broednestgebieden verhoningd worden of wordt de broedruimte krapper. De koningin vindt minder vrije cellen om te leggen, jonge verzorgbijen hebben veel energie, en het volk kan gemakkelijker in een zwermdynamiek raken.

Van buitenaf is deze ontwikkeling vaak moeilijk te herkennen. Door het koele weer is er minder vliegactiviteit te zien, hoewel er in het volk nog steeds broed uitkomt, bijenmassa ontstaat en de ruimte in de broedkamer krapper kan worden.

Zodra er dan een warme, zonnige dag komt, wordt deze interne ontwikkeling plotseling zichtbaar.

Bijzonder in de gaten houden: koninginnen ouder dan een jaar

Bij koninginnen die ouder zijn dan een jaar, moet men bijzonder oplettend zijn. Dit betekent niet dat zulke volken automatisch zwermen. Maar de waarschijnlijkheid is verhoogd.

Oudere koninginnen sturen het volk vaak niet meer zo sterk als jonge koninginnen. Bij zeer grote, sterke volken kan het signaal van de koningin slechter in het volk worden verspreid.

Daardoor kan zwermstemming gemakkelijker ontstaan, vooral als er ook nog ruimtegebrek, veel jonge bijen en goed weer samenkomen.

Daarom is het bij tweejarige of oudere koninginnen na een koudeperiode de moeite waard om bijzonder nauwkeurig te kijken. Niet uit angst, maar uit goede imkerlijke voorzorg.

Wanneer zwermen meestal vertrekken

Zwermen vertrekken meestal niet bij koud regenweer, sterke wind of blijvend lage temperaturen. Meestal wachten de volken op een geschikt weerraam.

Typische omstandigheden zijn milde tot warme temperaturen, zonnig of op zijn minst vriendelijk weer, weinig wind, droog weer en een stabiele weersverbetering na meerdere slechte dagen.

Vaak vertrekken zwermen laat in de ochtend, rond de middag of vroeg in de middag. Precies dan is het vliegweer gunstig, de temperatuur is goed, en het volk kan met een groot deel van de bijenmassa vertrekken.

Bijzonder kritiek is vaak de eerste mooie dag na een slechtweerperiode. Als een volk innerlijk al voorbereid is, kan deze eerste goede vliegdag het moment zijn waarop de zwerm daadwerkelijk vertrekt.

Een dag eerder controleren kan cruciaal zijn

Als te voorzien is dat er na koele dagen weer een zonnige, warme dag komt, is de dag ervoor vaak een zinvolle tijd voor een gerichte zwermcontrole.

Het gaat erom niet elk volk onnodig lang te openen maar om een duidelijke, rustige blik op de beslissende tekenen.

Droge speelschaaltjes alleen zijn nog geen reden tot opwinding. Bestifte schaaltjes of larven in voedersap laten daarentegen zien dat het volk al concreter richting zwermstemming gaat.

Gesloten zwermcellen zijn een duidelijk waarschuwingssignaal, want dan kan het vertrek van de zwerm zeer nabij zijn of al hebben plaatsgevonden.

Niet elk sterk volk is een probleem

Het zou verkeerd zijn om elk sterk volk meteen als zwermkandidaat te behandelen. Sterkte is de basis voor een goede ontwikkeling en opbrengst.

Cruciaal is of de sterkte nog geordend is of dat deze al vastloopt.

Een sterk volk met voldoende plaats, goede acceptatie van de honingkamer, open broed, jonge koningin en zonder bestifte zwermcellen kan volledig probleemloos zijn.

Een sterk volk met een oudere koningin, krappe broedruimte, veel jonge bijen en bestifte koningincellen is daarentegen duidelijk kritischer.

De kunst is dus niet om overal uit voorzichtigheid massaal in te grijpen. De kunst is om op tijd te herkennen welke volken echt in zwermstemming komen.


Conclusie

Na een koudeperiode neemt bij sterke volken de zwermdreiging vaak aanzienlijk toe. Het volk lijkt van buiten misschien nog onopvallend, maar van binnen kan de ontwikkeling zijn doorgegaan.

Veel jonge bijen, weinig ruimte, een oudere koningin en een plotseling mooi weer kunnen dan samen ervoor zorgen dat de zwermstemming snel serieus wordt.

Dus geldt: geen paniek, maar wel oplettend blijven. Vooral sterke volken en volken met koninginnen ouder dan een jaar moeten voor de volgende warme, zonnige dag nogmaals gericht op zwermstemming gecontroleerd worden.

Wie een dag voor de weersverandering kijkt, heeft vaak nog de mogelijkheid om rustig en planmatig te reageren. Wie pas op de eerste mooie dag ’s middags kijkt, ziet de zwerm misschien al in de boom hangen.


Met bee-pilot.io houd je je waarnemingen bij en neem je betere beslissingen voor je volken.

Nu gratis uitproberen!

Meer artikelen